Prinsjesdag brengt geen duidelijkheid over box 3: besluit over belasting op crypto en beleggingen naar voorjaar 2027

Prinsjesdag brengt geen duidelijkheid over box 3: besluit over belasting op crypto en beleggingen naar voorjaar 2027

De coalitie is er voor Prinsjesdag niet uitgekomen over de toekomst van box 3. De aangekondigde wijzigingswet bij de Wet werkelijk rendement box 3 is niet ingediend; het kabinet mikt nu op de Voorjaarsnota van 2027. Voor wie crypto aanhoudt betekent dat voorlopig geen nieuw stelsel, maar ook geen zekerheid over hoe waardestijgingen straks worden belast.

Het kabinet heeft op Prinsjesdag, dinsdag 15 september, de Miljoenennota en het Belastingplan 2027 gepresenteerd, maar zonder een besluit over de toekomst van box 3. Coalitiepartijen D66, VVD en CDA bereikten geen akkoord over de manier waarop vermogen moet worden belast. Minister Heinen van Financiën schreef de Kamer dat het "op dit moment nog niet" lukt om tot een voorstel te komen dat op breed draagvlak in het parlement kan rekenen. Het kabinet wil binnen ongeveer een half jaar, bij de Voorjaarsnota van 2027, met een oplossing komen. Voor particuliere cryptobezitters is dat relevant, omdat crypto in Nederland in box 3 valt en op dezelfde manier wordt behandeld als bijvoorbeeld aandelen en ETF's.

Wat er niet gebeurde op Prinsjesdag

Het kabinet had toegezegd op Prinsjesdag een novelle in te dienen: een aparte wijzigingswet waarmee het bestaande wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 zou worden bijgesteld. Die novelle is er niet gekomen. Daarmee blijft het oorspronkelijke wetsvoorstel liggen bij de Eerste Kamer, die de stemming eerder al uitstelde in afwachting van aanpassingen. De Tweede Kamer nam het voorstel op 12 februari 2026 aan; op 7 juli verwierp de Eerste Kamer een motie om het volledig in te trekken. Het voorstel is dus niet van tafel, maar heeft ook nog geen meerderheid in de senaat.

Twee modellen, twee gevolgen voor cryptobezitters

De kern van het meningsverschil is het moment waarop over een waardestijging belasting wordt geheven. In het wetsvoorstel zoals het er nu ligt, telt bij beleggingen zoals aandelen en crypto ook een waardestijging mee die nog niet is gerealiseerd. Wie zijn positie niet verkoopt, kan dan toch belasting verschuldigd zijn over winst die alleen op papier bestaat. Het voorstel gaat uit van een tarief van 36 procent, met een heffingsvrij resultaat van 1.800 euro per jaar; verliezen mogen worden verrekend met winsten in latere jaren. De VVD wil in plaats daarvan een volledige vermogenswinstbelasting, waarbij pas bij verkoop wordt afgerekend. Dat geeft beleggers meer ruimte om de belasting uit de verkoopopbrengst te betalen, maar betekent volgens de berichtgeving over de gelekte stukken dat de schatkist de komende jaren 11 tot 25 miljard euro later ontvangt.

Waarom het politiek vastloopt

Dat tijdelijke gat moet worden opgevangen, en daarover verschillen de coalitiepartijen van mening. Genoemd worden aanpassingen in de erfbelasting, een zwaardere heffing op tweede woningen en extra belasting in box 2. D66 en CDA willen voorkomen dat de rekening bij lagere inkomens terechtkomt, terwijl het minderheidskabinet steun van de oppositie nodig heeft. Het kabinet zelf wijst erop dat alle scenario's grote budgettaire en uitvoeringstechnische gevolgen hebben. Daarnaast kost doorgaan met het huidige stelsel de schatkist naar eigen zeggen zo'n 2,4 miljard euro per jaar. De Raad van State waarschuwde eerder voor de complexiteit van het nieuwe stelsel: ongeveer 1,6 miljoen mensen zouden aanzienlijk meer gegevens moeten bijhouden, en de uitvoerbaarheid voor de Belastingdienst is een punt van zorg. Het kabinet vindt belasting over het werkelijke rendement principieel eerlijker dan een vooraf vastgesteld percentage, omdat ook waardedalingen en bepaalde kosten meetellen.

Wat er voorlopig wel geldt

Zolang er geen nieuwe wetgeving is, blijft het tijdelijke stelsel van kracht. De Belastingdienst rekent daarbij eerst met een forfaitair, vooraf vastgesteld rendement. Wie kan aantonen dat het werkelijke rendement lager was, kan dat via de tegenbewijsregeling doorgeven; het laagste bedrag is dan bepalend. Het heffingsvrije vermogen bedraagt in 2026 59.357 euro per persoon en 118.714 euro voor fiscale partners samen. Crypto telt daarbij mee als bezitting, gewaardeerd op de peildatum. Het kabinet houdt formeel vast aan invoering van een nieuw stelsel per 1 januari 2028, maar doordat het wetsvoorstel stil ligt is die datum onzeker geworden.

Voor cryptobezitters betekent het uitstel vooral dat de aangifte over 2026 volgens de bestaande regels verloopt, terwijl nog niet vaststaat of waardestijgingen op termijn jaarlijks of pas bij verkoop worden belast. Welke van de twee routes het wordt, moet de Voorjaarsnota duidelijk maken. Een overzicht van de platformen die in Nederland onder MiCAR zijn geautoriseerd, vind je op onze pagina met alle exchanges.

Dit artikel is uitsluitend bedoeld ter informatie en vormt geen beleggings- of belastingadvies.